Parkeren

Uit Parkeerwoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

De term parkeren is gedefinieerd in artikel 1 van de RVV (Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens), maar tegelijkertijd ook een containerbegrip voor een aantal methoden om de parkeerhandeling te categoriseren.

Inhoud

Definitie

Het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en wordt gebruikt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen. [1]

Parkeerregulering

Parkeren is op de meeste plaatsen in Nederland ongereguleerd. Zodra de vraag naar parkeerruimte toeneemt en/of het aanbod schaarser wordt, ontstaat behoefte tot regulering. Regulering houdt in dat er aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een parkeerrecht.

Parkeerhandeling

Definitie

Een parkeerhandeling bevat de volgende elementen:

  1. Inrijmoment
  2. (Bij gereguleerd parkeren:) Betaalmoment. De tijd tussen het inrijmoment en het betaalmoment noemen we in het geval van achteraf betaald parkeren betaalde tijd.
  3. Uitrijmoment. De tijd tussen het betaalmoment en het uitrijmoment noemen we uitrijtijd.

De tijd tussen in- en uitrijmoment noemen we de parkeertijd.

Bij ongereguleerd parkeren bestaat een parkeerhandeling alleen uit in- en uitrijden. In het geval van gereguleerd parkeren is er ook sprake van een betaalmoment, waarop de parkeerder zijn verplichtingen tot het verkrijgen van een parkeerrecht voldoet. Dit betaalmoment vindt plaats:

  1. Voor het inrijmoment: in het geval van een parkeervergunning of ontheffing
  2. Vlak na het inrijmoment: in geval van een blauwe zone of vooraf betaald parkeren.
  3. In het geval van achteraf betaald parkeren:
    1. Na het verstrijken van de betaalde tijd. Dit is de bekendste vorm van betaald parkeren.
    2. Tijdens of na het uitrijmoment. Hier is sprake van als via credit card of mobiel betaald wordt.

Categorisering van parkeerhandelingen

Parkeerhandelingen zijn op verschillende manieren in te delen:

  1. Naar reguleringsvorm (ongereguleerd, gereguleerd)
  2. Naar verblijfsduur

Betaald parkeren

Bij betaald parkeren bestaat de parkeerhandeling naast een in- en uitrijmoment ook uit een betaalmoment, op welk parkeergeld betaald wordt voor het verkregen of te verkrijgen parkeerrecht. Het te betalen bedrag is opgebouwd uit het aantal tariefperioden die de betaalde tijd beslaat, vermenigvuldigd met het bij de tariefperiode behorende tarief.

Er zijn twee vormen van betaald parkeren:

  1. Vooraf betaald parkeren
  2. Achteraf betaald parkeren

Vooraf betaald parkeren

Bij vooraf betaald parkeren moet het parkeergeld vooraf of direct na het inrijmoment worden voldaan. Als een parkeerder voor langere tijd van een parkeerplaats gebruik wil maken door middel van vooraf betalen zal dit in de regel gebeuren door middel van een abonnement.

Bij incidenteel gebruik maakt de parkeerder een inschatting van het aantal tariefperioden dat hij gebruik gaat maken van zijn parkeerrecht en rekent deze af bij een parkeermeter of ticketautomaat. De parkeermeter bij de parkeerplaats of een uit de ticketautomaat verkregen transactiebewijs geven aan hoe lang de parkeerder nog recht heeft op de plaats waar hij staat geparkeerd.

Achteraf betaald parkeren

Schematische weergave van een achteraf betaalde parkeerhandeling


Achteraf betaald parkeren houdt in dat het parkeergeld dat de parkeerder voor zijn parkeerrecht verschuldigd is, aan het eind van de parkeerhandeling wordt vastgesteld en direct wordt voldaan (het betaalmoment).

Bijzonderheden

Als er in een parkeervoorziening geen plaats vrij is en de parkeerder verlaat de voorziening zonder te parkeren, dan spreken we van voortijdig uitrijden. De tijd tussen inrijden en voortijdig uitrijden noemen we doorrijtijd. Wanneer er sprake is van betaald parkeren, is er meestal in de parkeerapparatuur rekening gehouden met deze mogelijkheid. Als het betaalmoment binnen de doorrijtijd valt is de parkeerder dan geen parkeergeld verschuldigd.

De betaalde tijd is zelden gelijk aan de duur van een geheel aantal tariefperioden. Bij tariefperioden met een lange duur wordt de parkeerapparatuur vaak ingesteld om later over te gaan op een nieuwe tariefperiode dan werkelijk het geval is. Een parkeerder betaalt daardoor als hij op de grens van een tariefperiode betaalt voor een tariefperiode minder. Het verschil tussen de in de apparatuur ingestelde tariefperioden en de sinds het inrijmoment verstreken tijd noemen we coulancetijd.

Omdat de duur van het aantal tariefperioden waar de betaalde tijd in valt altijd gelijk is aan of langer is dan de betaalde tijd zelf (de tijd tussen inrij- en betaalmoment), is er, tenzij mobiel of bij het uitrijden betaald kan worden, sprake van overbetaling. Overbetaling is de resttijd van de laatst betaalde tariefperiode die niet meer door de parkeerder gebruikt wordt.